Van dictatoriaal naar digitaal..

Een korte blik op de geschiedenisboeken vertelt mij dat er de laatste honderd jaar enorm veel is veranderd in het onderwijs. Daar waar er in de 20e eeuw nog klappen werden uitgedeeld met een liniaal en men nog regelmatig met de neus in de hoek werd gezet, zien we nu een hele andere tendens. Lastige leerlingen hebben nu een diagnose en kun je niet goed schrijven? Dan krijg je gewoon en Ipad.

De pedagogische omstandigheden zijn enorm verbeterd ten opzichte van onze vorige generatie, maar dat is niet het enige. Ook de didactische aanpak is veranderd.  Van een dictatoriale aanpak waarbij leerlingen braaf twee aan twee in de banken hun vinger opstaken en volgzaam het goede antwoord probeerde te geven als dat van die o zo strenge leraar moest, naar een klas waarin de leerlingen in groepjes proberen samen een mooie poster te maken met een blitse mindmap. Een boekverslag wordt niet meer geschreven met vingers vol inktvlekken, waarbij er drie lege inktvullingen later een kliederig verslag klaar is (wat een ramp moet dat nakijken zijn geweest voor de docenten). Dat doet men tegenwoordig gewoon even in Word. En ook dat is eigenlijk al best saai en niet heel origineel. De docenten met een creatievere inslag zullen dan ook graag een opdracht geven waarbij de leerlingen een blits film- of vlogverslag mogen inleveren. Het nakijkwerk van de docenten wordt er in ieder geval niet saaier op!

Voor het geval u het nog niet tussen de regels door hebt kunnen lezen, ik ben dus een voorstander van de opkomst van ICT in het onderwijs.  Natuurlijk helpt het niet als we leerlingen weer keurig in rijtjes van twee de opdrachten op laptop laten maken, zonder enige variatie en samenwerking. Dan hebben we eenzelfde schoolse situatie waarbij de leerling individueel een opdracht op commando uitvoert.Maar het digitale onderwijs heeft meer mogelijkheden.  Het biedt juist vele mogelijkheden om leerstof inzichtelijk te maken, om leerlingen te prikkelen met bewegende beelden en om creativiteit te verhogen in de les.

Neem nu het schrijven van een verslag. Dat is toch veel betekenisvoller voor de leerling als je weet dat dit in een echt tijdschrift komt te staan, wat je ook nog eens zelf mag ontwerpen als klas. Alle vaardigheden die je nodig hebt voor het schrijven van een goede tekst worden opeens interessant, want je wil niet dat het tijdschrift een flop wordt. Het betekent ook dat er heel wat van je gevraagd wordt. Een tijdschrift maken in Indesign doe je niet even en vraagt best wat oefening. Spellingsregels worden opeens belangrijk om geen flater te slaan tegenover de lezers. Top-down lesgeven in een hip jasje dankzij de mogelijkheden van de ICT. Op gloednieuwe Imacs zitten mijn leerlingen vol enthousiasme (in onderwijstermen gezegd: met een zeer hoge intrinsieke motivatie) te werken aan hun schrijfopdracht. Er komen zelfs een aantal leerlingen naar me toe met zelfgemaakte foto’s van mooie gebouwen in Rotterdam, omdat het zo mooi zou staan in het verslag. Dankzij de mogelijkheden van ICT bij dit project heb ik een van mijn grootste doelen bereikt; de leerling betrokken laten zijn bij de lesstof. 

Toch moet ik er ook meteen eerlijk bij bekennen dat ik ICT nog lang niet altijd (effectief) inzet in mijn eigen lessen. Want het gebruik van een smart-board gaat me nog niet heel makkelijk af. Het gestuntel waarmee ik probeer iets op te schrijven, weerhoudt me ervan om het smart-board daadwerkelijk te gebruiken. Een collega om raad vragen? dat wordt een beetje lastig, die weten het evenmin. Wat ik wel vaak toepas in mijn les is de digitale klok van http://www.schoolbordportaal.nl. Een ideale manier om timemanagement te hanteren in de klas.

Ook het gebruik van een gezatimermenlijke dropbox en Google drive voor foto’s van een project pas ik toe in de lessen. Dit werkt snel en makkelijk voor mij en de leerlingen.

Toch kan ik me als docente ook blijven ontwikkelen en zou ik graag nog meer leren over digitale manieren om projecten met klassen uit te werken. Is er bijvoorbeeld een makkelijkere manier om teams binnen de klas met elkaar te laten uitwisselen van documenten? Kunnen leerlingen elkaars werk makkelijk vinden en dit met elkaar vergelijken en aanpassen? Hoe kunnen lijsten met taakverdelingen dan worden gepubliceerd zodat iedereen zelfstandig aan de slag kan op zijn eigen tempo? Als docente Nederlands sta ik zeker open voor de ontwikkelingen rondom ICT en digitalisering. Toch blijf ik ook genieten van leerlingen die slechts met pen en papier een verhaal opschrijven. De krassende pennen over vers papier, pure nostalgie…Maar dan wel met een digitale klok op het bord voor de tijdbewaking. 

Gelukkig heb ik een doel….

Maar zei ze zo mooi; ‘gelukkig willen zijn is een nogal vaag doel. Want wat streef je dan na? Wat zoek je en waar zoek je als je geluk zoekt?’

Is geluk een arm om je heen en een oordeelloos luisteren van een goede vriend? Dan heb ik vandaag een reden om gelukkig te zijn, een goede vriendin van me deed dit. ( als was de arm om me heen denkbeeldig, door de telefoon). Of is geluk dat je ergens woont waar je je thuis voelt, waar je veilig bent en waar je niet hoeft te bewijzen dat je sterk bent? Dan heb ik nogmaals een reden om heel gelukkig te zijn. Ik ben alleen thuis in mijn eigen huis, met spullen om me heen waar ik van hou. Niemand vraagt iets van me op dit moment. De cavia heeft eten en drinken en is tevreden. De was ligt geduldig te wachten tot hij wordt opgevouwen. En ik, ik wacht ondertussen ongeduldig af wanneer ik eindelijk weer de energie voel die ik nodig heb om gelukkig te zijn. En voor mijn idee moet ik daar iets voor doen, vandaar het wachten op ‘iets’. Maar wat, wat moet een mens doen om geluk te vinden?

Moet je uitgaan en feestvieren om het te vinden? Onlangs ben ik verhuisd van een rustig bedeesd dorp naar de grote stad Rotterdam. Ik was ervan overtuigd dat het pure geluk me zou overstromen wanneer ik eenmaal geland zou zijn in deze nieuwe wereld. En om eerlijk te zijn; ja, ik ben ontzettend blij met alle sociale contacten hier, met de culturele activiteiten, de mogelijkheden om mezelf te vermaken in het weekend. De vrijheid van de stad is zeker een verademing. Maar kan ik nu zeggen dat ik intens gelukkig ben? En wat is eigenlijk geluk? De pot goud aan het einde van de regenboog is een illusie die ik allang niet meer ambieer te vinden. Maar waarin is geluk dan wel te vinden?

Moet je heel veel rust creëren om je heen waardoor je weer geluk kunt ervaren? Heb je dan toch andere mensen om je heen nodig om je te vertellen dat je zinvol bent en dat ze je zouden missen als je er niet was, is dat het ingrediënt dat nodig is om geluk te ervaren? Nuttig gevonden worden door anderen? Hoe afhankelijk ben je dan van anderen. Als je afhankelijk bent van een anders vragen en noden, om vervolgens iets te geven, waardoor je vervolgens zelf nuttig en dus gelukkig bent. Is dat hoe de levenscyclus van de mens, of misschien met name de vrouw,  werkt? Ik geloof zeker dat het ons mensen kan helpen om iets goeds voor anderen te doen. De glimlach van iemand die dankbaar is, is onbetaalbaar!

Het zoeken naar een doel, het vinden van een doel, het creëren van een actie daarbij en vervolgens de voldoening van de ander? Is dat wat het leven zin geeft en wat dus ‘geluk’ brengt? Het klinkt ontzettend flexibel en ontzettend onberekenbaar. Want uiteindelijk is iedereen toch veroordeeld tot het vinden van een nut/doel in het leven en dus veroordeeld tot elkaar!

Wat zou het mooi zijn als we zo met elkaar om gingen, dat we zonder botsten en schuren elkaar konden vertellen wat we elkaar gunnen. Dat we zonder boosheid en frustratie kunnen zeggen wat we echt bedoelen. Helaas werkt het niet zo, bij de meesten. In plaats van te zeggen dat we bang zijn, worden we boos. In plaats van te huilen hoe erg we het vinden, komen we met verwijten. In plaats van zeggen hoeveel we van iemand houden, duwen we de ander weg, omdat houden van ‘zo kwetsbaar maakt’.

Soms lijkt het alsof iedereen maar voor het vaderland weg leeft, zijn plicht uitvoert als het echt moet, en zeker alleen als het eigen voordeel oplevert. Verder ziet iedereen zich het liefst in de kroeg staan, om met een biertje in de hand zijn imago weer op te krikken. Om zichzelf een identiteit aan te meten van een onkwetsbare, vlekkeloze, blije en perfecte, stoere zelf. Is dat het moment waarop iemand dus ‘gelukkig’ is?

Het lijkt erop alsof iedereen ongeveer deze strategie toepast. Op het moment dat je uitgaat, of iets spectaculairs doet, iets facebook-waardigs toont aan je volgers, dan lijkt dit puur geluk. Als dit klopt, heb ik heel wat gelukkige volgers en doet de mens het goed. Maar wat gaat er schuil achter al de mooie zonnige vakantiefoto’s, de stralende lipstick-smiles? Doe ik misschien niet platonisch genoeg en denk ik te diep na, waardoor de strategie voor mij niet werkt? Ontkracht ik als het ware de mythe van geluk door het kapot te redeneren? Of houden al die anderen zichzelf en mij voor de gek? Zijn we dan zo gemaskeerd voor de buitenwereld dat eigenlijk niemand zichzelf ‘laat kennen’? Kent iedereen zichzelf wel? Misschien worden we wel zielsongelukkig van het kennen van ons eigen ‘ik’. Ik vrees dat we daar niet al te blij van worden. Of is het het ‘gebrek aan kennis over ons eigen ‘ik’ , dat mensen zo gelukkig maakt? Onwetend dus, onze eigen waarheid ontkennend. Gewoon door je kop in het zand te steken, en er nog maar een biertje op te drinken. Wat niet weet, wat niet deert.

Mocht er dan echt een recept bestaan voor puur en echt geluk, ik houd me van harte aanbevolen voor dit recept. Dan zorg ik dat ik snel alle ingrediënten bij elkaar sprokkel. Ik ben benieuwd wat ik dan al in huis blijk te hebben…..

Wondere wateren

Blinkend als de morgenstond
Verzwolgen in de dicht
Doordrongen van zonnestralen op de grond
Weerkaatsend als het licht

Wilde woeste wateren
doch, kabbelend en kalm
verdronken in de golven
van ons nieuwe bestaan

Gewichtsloos in het water
gedragen door de lieflijkheid
Meegevoerd naar groene oorden
voortdurend tot in eeuwigheid

De tijd staat stil
De wereld draait een kwartslag rond
Gevangen door je ogen
Sta ik weer op de grond
Afbeeldingsresultaten voor wateren

Dromen in de dop…


Door wolken heen gevlogen
van mijlen hier vandaan
met nieuwe dromen bevlogen
naar een nieuw bestaan

Zwevend tussen hemel en aarde
verheven tot een hogere horizon
in de ontluikende waas van een nieuwe aarde
die niet langer wachten kon

Langzaam landend vallen samen
Dromen en zijn werkelijkheid
Stille verwondering en een beamen
Dit is de gave van de tijd

Eenmaal landend vallen samen
De puzzelstukken van het hart
Zij die op hun bestemming kwamen
Samen, hand in hand

 

De pedagogische driehoek

Hoe wordt de ideale pedagogische driehoek gecreëerd?

Zoals de naam al enigszins doet vermoeden, zijn er bij deze theorie drie partijen die een belangrijke rol spelen. De ouders, de leerling en de docent. Wanneer ik in deze deelvraag spreek van de docent, kan dit zowel de vrouwelijke als de mannelijke docent betreffen. In onderstaande tekst zal ik uiteenzetten wat in de ideale situatie de rol is van bovengenoemde betrokkenen. Dit geeft de optimale werking van de pedagogische driehoek weer. Door samen te werken kunnen zij elkaars pedagogische en onderwijskundig gerichte invloed versterken. Vandaar dat gesproken wordt over ‘educatief partnerschap’, aldus Dr. Cees Klaassen, werkzaam voor de Radboud Universiteit, voor de studie Pedagogiek en Onderwijskunde.( Klaassen, 2008, p.9)

Helaas is de praktijk weerbarstig en niet zo mooi als de theorie in veel gevallen. In deze eerste deelvraag zal ik weergeven hoe de ideale situatie eruit zou moeten zien. In de volgende deelvragen zullen we ingaan op de gebreken in dit proces en een benadering om hier mee om te gaan. Om meetbaar en definieerbaar te maken wat er misgaat, is het tenslotte nodig om dit te kunnen staven aan bepaalde ideaalwaarden. Deze zal ik proberen te schetsen aan de hand van wetenschappelijke onderzoeken en bronnen. Van elk van de betrokkenen zal ik schetsen hoe deze zou kunnen handelen en welk gedrag er wenselijk is om een ideaalsituatie te creëren.

De meest centrale rol in deze driehoek speelt toch wel de leerling. Hoewel de anderen evengoed een zeer belangrijke rol spelen, is het gedrag van de leerling vaak de aanleiding om na te gaan hoe het is gesteld met de leersituatie van de leerling. Als de pedagogische driehoek goed functioneert, is er relatief weinig contact nodig tussen de ouders en de school. De leerling functioneert naar behoren. Wanneer het echter minder goed gaat met de leerling, moet er nagegaan worden wat hiervan de oorzaak is. (Geerts, W., Kralingen v. R., Handboek voor leraren, 2014, p.342)

Maar wanneer spreken we van een leerling die naar behoren functioneert op school? Een aantal zaken zijn belangrijke meetpunten als we spreken over het welbevinden van de leerling. Een heel concreet en meetbaar gegeven is de cijferlijst. Uit de cijferlijst kun je afleiden of een leerling wel of niet in staat is om de leerstof te beheersen. Een mooie reeks cijfers kan weergeven dat de leerling betrokken is bij de lessen, inzet toont, en dus gemotiveerd is om aan zijn toekomst te werken. Toch hoeft dit niet het geval te zijn. Achter deze mooie cijferlijst kan een leerling schuilen die ondanks zijn goede cijfers, niet echt gelukkig of emotioneel stabiel is. Ook weten we aan deze cijferlijst nog niet hoe zijn sociale leven en zijn thuissituatie eruitziet. Toch zullen weinig docenten zich druk maken om deze leerling. Wanneer deze leerling in de klas geen stoorzender is, wordt er waarschijnlijk verder geen extra energie gestoken in deze leerling. Een andere maatstaf is dus gedrag. Is het gedrag van een leerling storend tijdens de lessen? Of is de leerling nalatig in het maken van huiswerk? Veroorzaakt de leerling overlast tijdens pauzes, door bijvoorbeeld een vechtpartij uit te lokken? Dit zijn allemaal redenen voor een school of docent om, hetzij noodgedwongen, wel iets te doen met deze situatie. Dit is het punt waarop er een overweging volgt; wie van de betrokkenen van de pedagogische driehoek is degene die hierin de belangrijkste rol gaat spelen? En wie gaat het proces in gang zetten om naar een analyse van het probleem te zoeken? Nog veel belangrijker is de volgende stap; welke maatregelen worden er getroffen om de situatie te verbeteren?

Educatief partnerschap

Het model van educatief partnerschap redeneert vanuit de gedachte dat school en ouders gelijkwaardige partners zijn in de educatie, de opvoeding en het onderwijs. Wel is het zo dat de eindverantwoordelijkheden van ouders en docenten, verschillen. In deze visie wordt uitgegaan van gelijkwaardige rollen en positie voor beiden. Wel zijn de taken van beide partners verschillend. De school is eindverantwoordelijk voor wat er in de school gebeurd en de ouder(s) of verzorger(s) is of zijn eindverantwoordelijk voor wat er thuis gebeurt. Ouders en school hebben wel een duidelijk gezamenlijk belang: namelijk het welbevinden en een goed verloop van de schoolgang van het kind. (Klaassen, 2008, p. 21)

Beiden zijn nauw betrokken bij de opvoeding en de begeleiding van kinderen. Ze moeten beide zorgen voor optimale omstandigheden voor de ontwikkeling en het leren van kinderen, op school en thuis. Samen kunnen zij meer tot stand brengen.

Belangrijk in het proces van het educatief partnerschap is dat de signalen die beiden uitzenden gelijk zijn. De normen en waarden die ouders hebben aangaande het onderwijs, moeten parallel lopen met die van de school. Zo is de verwachting duidelijk voor de leerling.

Wanneer de school een regel handhaaft, helpt het ten goede als ouders ook deze regel onderschrijven en dit bespreken met hun kind.

Dit versterkt de kracht van de regel. Ook is het voor het kind eenduidiger als niet alleen de docent, waar je wellicht een lichte ergernis voor voelt, maar ook je ouders deze regel hanteren. In de praktijk maakte ik laatst het volgende mee; een van mijn leerlingen zat continue met zijn stoel op twee poten in plaats van vier. Hierbij zat hij ook nog eens steeds met zijn klasgenoten te praten over zaken die absoluut niet in de les thuishoorden. Bij het aanspreken daarop zei hij; ‘Ik maak zelf wel uit hoe ik op mijn stoel zit, dat bepaalt u niet.”

Omdat dit gedrag al meerdere lessen storend was, heb ik ouders eens opgebeld om de situatie te bespreken. Moeder was erg vriendelijk en gaf aan blij te zijn dat ik belde. Ze zou het voorval met haar zoon bespreken en gaf aan dat ze hem hier meermaals al op aanspreekt. Ook zij vond het ongepast in de les. De les daarna kwam de leerling erop terug en vroeg mij waarom ik zijn moeder had gebeld. Zijn storende gedrag echter, is grotendeels verdwenen. Dit is nu het effect van de samenwerking tussen een ouder en een docent. Deze onderschrijven elkaars regel waardoor het effect wordt versterkt.

Sociaal/cultureel kapitaal

Ook een belangrijke rol speelt de thuissituatie, van waaruit de leerling elke dag naar school komt. Een goede basis is belangrijk om goed te kunnen presteren. Veiligheid en zekerheid is daarbij de basisbehoefte voor ieder mens. Een kenmerk van een veilige leeromgeving is een plek waar men de regels kent en weet waar hij of zij aan toe is. Pas dan kan het kind tot zelfontplooiing komen. (Geerts, W., Kralingen v. R., Handboek voor leraren, 2014, p.211) In het positieve geval bieden ouders een veilige thuissituatie. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat er hulp is bij huiswerk of dat er een luisterend oor is voor het kind. Deze aspecten helpen het kind om tot zelfacceptatie te komen in hun ontwikkeling tot volwassene.

Cultureel kapitaal

Een ander belangrijk aspect is voorzieningen die ouders hun kind kunnen bieden. Wanneer er voldoende geld en middelen beschikbaar zijn, is de leerling goed voorbereid om zijn schooljaren te volgen. Dit kan heel praktisch zijn: geld om schoolboeken te kopen, een goede fiets/mogelijkheid om met het openbaar vervoer te komen, geld voor een eigen bureau en slaapkamer om huiswerk te kunnen maken. Dit zijn belangrijke basale factoren!

Ook het spreken van een gemeenschappelijke taal helpt mee om elkaar goed te kunnen begrijpen. Het komt de samenwerking ten goede als er wederzijds een goede communicatie mogelijk is.

Van de docent wordt verwacht dat hij bereid is om met verschillende culturele invloeden en achtergronden om te gaan. Het is van groot belang dat de docent zich bewust is van zijn of haar interculturele sensitiviteit.

Het doel is dat de docent een goede verhouding heeft met ouders en de leerling. Door onderlinge verschillen in de cultuur van de leerling te begrijpen, kan de docent plaatsen waarom de leerling zich op een bepaalde manier gedraagt. Dit kan de verstandhouding ten goede komen. De docent is op deze manier ook beter in staat om een prettig klassenklimaat te bevorderen.

Na het benaderen van de rol van elke partij afzonderlijk, zijn er een aantal gemeenschappelijk doelen te noemen, die elke partij voor ogen heeft. Om tot een goede samenwerking te komen, moeten alle partners gericht zijn op; goede schoolresultaten, een prettige leeromgeving en vooral duidelijke doelen in leersituatie.

Wanneer de ideeën en opvattingen hierover in lijn zijn wat betreft de verwachtingen, dan zal dit een goed uitgangspunt zijn voor een prettige onderlinge samenwerking. Natuurlijk is het zo dat er afscheiding bestaat tussen de taken van alle betrokkenen.

Toch zal ieder op zijn plaats, vanuit deze standpunten handelen, wat zorgt voor een situatie waarbij ‘de neuzen dezelfde kant op wijzen.’ Centraal staat hierbij het welzijn en de voortgang van de leerling. Met elkaar mogen we er zorg voor dragen dat we een succesvolle en bovenal gelukkige burger mogen voorbereiden op het zelfstandige leven in deze maatschappij.

Tweetalig onderwijs(TTO), een onmisbare stap naar een grootse toekomst?

bilingual-education-daycaresVeel kinderen vinden het stoer, om een andere taal dan hun moedertaal te spreken. “De kinderen vinden het fantastisch,” volgens Jessica Broeders. Zij geeft les aan kleuters op basisschool De Schoof. Dit is een van de scholen die is gestart met het geven van tweetalig onderwijs, ook wel afgekort als TTO. ” Kinderen vinden het ‘stoer’,” merkt Broeders.” Helaas krijgt niet ieder kind vanaf jonge leeftijd deze kans. In het huidige onderwijs en ook in de gemiddelde opvoeding wordt aan het leren van meerdere talen weinig aandacht besteed. Hierdoor blijft het spreken van meerdere talen voor de meesten een droom. “Als kind heb je meer tijd en ruimte. Je leert talen op hetzelfde moment als je de wereld ontdekt. Wanneer je ouder wordt, verlies je een stuk vermogen om taal te verwerven” aldus Koen van Gorp(http://taalhelden.org/bericht/ornella-spreekt-vijf-talen-vloeiend(z.j.). Hij is doctor in Taalkunde en coördinator van het centrum voor Taal en Onderwijs(KU Leuven). Toch zit menig oudere in het clubgebouw van de wijk, om op wilskracht de hersencellen te activeren en de vreemde taal onder de knie te krijgen. Wanneer een van de kinderen een geliefde vindt uit het buitenland en deze blijkt alleen maar Engels te spreken, helpt deze motivatie wellicht nog om aan de grote opgave te beginnen. Kinderen echter vinden het vaak maar al te stoer vinden om ‘anderlands’ te leren spreken.

Meertaligheid

Menig kind dat tweetalig wordt opgevoed, kan zonder moeite beide talen vloeiend spreken. Kinderen die op jonge leeftijd een tweede taal leren, ontwikkelen over het algemeen een betere uitspraak dan volwassenen (NederlandseTaalunie, 2011). De Nederlandse Taalunie, een organisatie die onder andere onderzoek doet naar de Nederlandse taal binnen Nederland en Vlaanderen, heeft onderzocht hoeveel mensen meertalig zijn. Van de ondervraagden voor deze enquête in Nederland en Vlaanderen geeft 16 procent aan te wonen in een gezin waar meer talen worden gesproken. In Vlaanderen iets meer dan in Nederland. Tussen de 3 en 4 miljoen mensen in Nederland, Vlaanderen en Suriname spreken meerdere talen, is de geschatte uitkomst van dit onderzoek. Twee derde van die mensen spreekt behalve Nederlands één of meer westerse talen. Een kwart zegt thuis niet-westerse talen te gebruiken naast het Nederlands. Geen van die talen springt eruit als meest gesproken taal. Wereldwijd is meer dan de helft van de wereldbevolking meertalig (Nederlandse Taalunie, 2011).

Het stemt tot nadenken, dat meer dan de helft van de wereldbevolking die meertalig is. Daarvan is meer dan 3 tot 4 miljoen woonachtig in Nederland en Vlaanderen. Dit betekent voor ons als inwoners van Nederland dat ook wij dagelijks in aanraking kunnen komen met andere talen. Met name de Engelse taal is veel voorkomend in reclames, studieboeken, op het internet en op tv. Veel woorden uit het Engels zijn zelfs al niet meer weg te denken uit onze eigen taal. Aan het woord ‘weird’ is allang niets vreemds meer, het is hoogstens ‘awkward’ als je het te Nederlands uitspreekt. In het dagelijks leven noemt men zich human resource manager en plant in het weekend graag een meeting met family. Het vroegere alleenstaand zijn is vervangen door de veel optimistischere status ‘happy single’, overigens helemaal geen ‘big deal’ meer wanneer je begin dertig bent. Sinds 1945 is het Engels de nationale voertaal voor internationale organisaties. Langzaam maar zeker is hierdoor het Engels ook onze taal binnengesijpeld(Van Heyningen, 2010). En daar moeten we als maatschappij op anticiperen. We moeten vooruit denken en onze volgende generatie moet voorbereid zijn op deze verandering in de samenleving.

Het kennen van meerdere talen betekent ook dat je jezelf op meerdere manieren kunt uitdrukken. Want elke taal kent zijn eigen woorden en bijbehorende fenomenen. Een uitspraak van Linde van den Bosch, algemeen secretaris Nederlandse Taalunie is: “Ze leven in meer werelden, lijkt het wel. En ze zijn klaar voor een toekomst waarin meertaligheid de norm is”(Nederlandse Taalunie, 2011). Hier sluit ik me volledig bij aan!

Wanneer je meerdere talen kent, heb je ook een breder wereldbeeld. Als voorbeeld noem ik de stroopwafel, wie het begrip niet kent vanuit het Nederlands, zal niet begrijpen wat een stroopwafel is. Louise Fresco, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) verwoordt dit op de volgende manier; “Wie meer dan één taal kent, leert zich aanpassen en betrapt zich op nieuwe gedachten. Ook letterlijk, want een taal is een venster naar een nieuwe wereld waar woorden hangen aan begrippen die net even anders zijn”(Ons erfdeel, 2011).

Toch zijn er ook mensen van mening dat deze tweetalige oriëntatie geen goed idee is. Een van de redenen waarom ware taalpuristen het idee van TTO niet ondersteunen, is het argument dat het jong aanleren van een tweede taal het goed leren beheersen van de moedertaal kan belemmeren. De kans is namelijk groot, dat beide talen worden vermengd. De moedertaal kan dan niet zuiver meer worden gesproken, er ontstaat taalverloedering. Om een taal goed eigen te maken, moet deze taal dus niet tegelijk met een andere taal worden aangeleerd. Uit onderzoek van de Nederlandse Taalunie is echter gebleken dat tweetalige kinderen onder de juiste voorwaarden beide talen net zo kunnen leren als eentalige kinderen. Een van die voorwaarden is dat ze er op jonge leeftijd mee in aanraking moeten komen en beide talen ongeveer evenveel moeten toepassen. Na het twaalfde levensjaar wordt het wel moeilijker. Dit komt doordat de hersenen vanaf de puberteit minder gevoelig zijn voor taalaanbod (Kennislink, 2007). Maar dat is geen vaste wetenschap, want als je ouder wordt, begrijp je beter wat de opbouw van een taal is, en daarmee kun je compenseren, blijkt eveneens uit onderzoek(Nederlandse Taalunie, 2011).

Twaalf basisscholen zijn per schooljaar 2014/2015 hun lessen ook in het Engels gaan geven. Ze doen mee aan een proef met tweetalig onderwijs. Staatssecretaris Dekker denkt dat Nederland hierdoor uiteindelijk beter kan concurreren met andere kenniseconomieën. “Kinderen die tweetalig onderwijs krijgen, hebben niet meer moeite met het leren van goed Nederlands dan kinderen die alleen het Nederlands onderwezen krijgen, ” Dat zegt het Europees Platform, dat internationalisering in het onderwijs stimuleert en de proef begeleidt. “Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat tweetalig onderwijs geen nadelige invloed heeft op beheersing van de moedertaal,” aldus directeur Meershoek in het NOS Radio 1 Journaal. Sterker nog; “In Canada wordt met succes al dertig jaar tweetalig onderwijs gegeven” (NOS, 2014). Sterker nog, onderzoek heeft uitgewezen dat tweetalige kinderen sneller zijn in het uitvoeren van aandachts- en rekentaken dan hun eentalige leeftijdsgenoten. Om te leren rekenen moet je abstract kunnen denken. Dat komt doordat zij al vroeg hebben geleerd dat de naam voor een zaak ‘toevallig’ is. Dat een ding op vier poten en een platte plaat erop tafel heet, komt niet door speciale eigenschappen van dat ding. Meertalige kinderen weten al snel dat het net zo goed Tisch, bord, table of nog anders kan heten. Kortom, vanaf hun prille jeugd kunnen ze de woorden los zien van datgene waarnaar ze verwijzen. Dat kan op school goed van pas komen. Het is daarbij wel van belang dat de kinderen beide talen allebei actief gebruiken. (Nederlandse Taalunie, Taalpeil, 2011) Dit is precies waar TTO het kind in voorziet tijdens dit proces

Een oude Chinese spreuk zegt:

“Vertel het me en ik vergeet het

Laat het me zien en ik zal het onthouden

Laat het me doen en ik begrijp het”

Het is een groot voorrecht voor de opgroeiende jeugd, wanneer zij middels TTO al vertrouwt raken met een tweede taal. “Al doende leert men,” is een bekend gezegde. Dit geldt zeker ook voor het TTO. Om een taal te leren kun je het beste in een omgeving zijn waar deze taal gesproken wordt. Het TTO is de reikende hand is naar een grootse toekomst, laten we die met beide handen aangrijpen!

Tweetalig onderwijs(TTO), een onmisbare stap naar een grootse toekomst?

bilingual-education-daycaresVoor velen is het al van kinds af aan een droom, om meerdere talen vloeiend te spreken en te verstaan. Toch zijn er maar weinig mensen die dit uiteindelijk ook daadwerkelijk kunnen. In het huidige onderwijs en ook in de gemiddelde opvoeding wordt aan het leren van meerdere talen weinig aandacht besteed. Hierdoor blijft het spreken van meerdere talen voor de meesten dan ook bij een droom. De werkelijkheid valt tegen, want pas wanneer men met pensioen gaat is er die tijd om te starten met de taalcursus. En wat blijkt, dan valt het bitter tegen. Tijdens de stoffige saaie lessen in het clubgebouw in de wijk, proberen we de hersencellen, die toch echt al wat op leeftijd zijn, te activeren en proberen we de vreemde taal onder de knie te krijgen. Wanneer een van de kinderen een geliefde vindt uit het buitenland en deze blijkt alleen maar Engels te spreken, is er een goede motivatie om aan de grote opgave te beginnen. Wanneer je ouder wordt, verlies je een stuk vermogen om taal te verwerven” aldus Koen van Gorp. “Als kind heb je meer tijd en ruimte. Je leert talen op hetzelfde moment als je de wereld ontdekt.” Hij is doctor in Taalkunde en coördinator van het centrum voor Taal en Onderwijs(KU Leuven). (Nederlandse Taalunie,2016) Kinderen vinden het vaak maar al te stoer vinden om ‘anderlands’ te leren spreken.

Menig kind dat tweetalig wordt opgevoed, kan zonder moeite de beide talen vloeiend spreken. Kinderen die op jonge leeftijd een tweede taal leren, ontwikkelen over het algemeen een veel betere uitspraak dan volwassenen. (Nederlandse Taalunie, Taalpeil 2011) De Nederlandse Taalunie, een organisatie die onder anderen onderzoek doet naar de Nederlandse taal binnen Nederland en Vlaanderen, heeft onderzoek gedaan naar het aantal mensen dat meertalig is. Van de ondervraagden voor deze enquête in Nederland en Vlaanderen geeft 16 procent aan te wonen in een gezin waar meer talen worden gebruikt. In Vlaanderen iets meer dan in Nederland. Tussen de 3 en 4 miljoen mensen in Nederland, Vlaanderen en Suriname spreken meerdere talen, is de geschatte uitkomst van dit onderzoek. Twee derde van die mensen spreekt behalve Nederlands één of meer westerse talen. Dat zijn vooral Engels, Frans, Duits of Fries. Een kwart zegt thuis niet-westerse talen te gebruiken naast het Nederlands. Geen van die talen springt eruit als meest gesproken taal. Wereldwijd is meer dan de helft van de wereldbevolking meertalig. (Nederlandse Taalunie, Taalpeil 2011)

Het stemt tot nadenken, dat meer dan de helft van de wereldbevolking die meertalig is, waarvan al meer dan 3 tot 4 miljoen in ons eigen land. Dit betekent voor ons als inwoners van Nederland dat ook wij dagelijks in aanraking kunnen komen met andere talen. Met name de Engelse taal is veel voorkomend op reclameborden, in studieboeken, op het internet en tv. Vele woorden uit het Engels zijn zelfs al niet meer weg te denken uit onze eigen taal. Aan het woord ‘weird’ is allang niets vreemds meer, het is hoogstens ‘akward’ als je het te Nederlands uitspreekt. In het dagelijks leven noemt men zich human resource manager en plant in het weekend graag een meeting met family. Het vroegere alleenstaand zijn is vervangen door de veel optimistischere status ‘happy single’, overigens helemaal geen ‘big deal’ meer wanneer je begin dertig bent. Kortom, binnen een paar valt te verwachten dat het gebruik van buitenlandse woorden alleen maar is toegenomen. En daar moeten we als maatschappij op anticiperen. We moeten vooruit denken en onze volgende generatie moet voorbereid zijn op deze verandering in de samenleving. Het zou een groot voorrecht zijn voor de opgroeiende jeugd, om middels TTO al vertrouwd te raken met de kennis van een tweede taal. “Ze leven in meer werelden, lijkt het wel. En ze zijn klaar voor een toekomst waarin meertaligheid de norm is” is een uitspraak van Linde van den Bosch(algemeen secretaris Nederlandse Taalunie). Hier sluit ik me volledig bij aan!

Het kennen van meerdere talen betekent ook dat je jezelf op meerdere manieren kunt uitdrukken. Want elke taal kent zijn eigen woorden en bijbehorende fenomenen. Wanneer je dus meerdere talen kent, heb je vanzelf ook een breder wereldbeeld. Als voorbeeld noem ik de stroopwafel, wie het begrip niet kent vanuit het Nederlands, zal nergens anders ter wereld de stroopwafel vinden. Het bestaat alleen in Nederland. Louise Fresco, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) verwoordt dit op de volgende manier; “Wie meer dan één taal kent, leert zich aanpassen en betrapt zich op nieuwe gedachten. Ook letterlijk, want een taal is een venster naar een nieuwe wereld waar woorden hangen aan begrippen die net even anders zijn.”

Toch zijn er ook mensen van mening dat deze tweetalige oriëntatie geen goed idee is. Een van de redenen dat ware taalpuristen het idee van TTO niet ondersteunen, is het argument dat het jong aanleren van een tweede taal, het goed leren beheersen van de moedertaal kan belemmeren. Om een taal te leren waarderen, moet deze taal al je gevoelens en je hele gedachtewereld weergeven, om zo de focus totaal te leggen op de liefde voor de eigen taal. “De promotie van tweetaligheid in het Nederlands onderwijs slecht is voor de sociale cohesie” aldus onderwijssocioloog Jaap Dronkers in een interview voor de Volkskrant van 17 juli. Hij reageert hiermee op de plannen van staatssecretaris Dekker, die tweetalig onderwijs juist wil stimuleren. (NOS, 2014)

Tweetaligen zullen nooit in staat zijn om één taal goed te beheersen, is een argument tegen het TTO op jonge leeftijd. Uit onderzoek is echter gebleken dat tweetalige kinderen onder de juiste voorwaarden beide talen net zo kunnen leren als eentalige kinderen. Als ze er maar op jonge leeftijd mee in aanraking komen en beide talen ongeveer evenveel toepassen. Na het twaalfde levensjaar wordt het wel moeilijker. Maar dat is geen vaste wetenschap, want als je ouder wordt, begrijp je beter wat de opbouw van een taal is, en daarmee kun je compenseren, blijkt eveneens uit onderzoek.(Nederlandse Taalunie, Taalpeil, 2011)

Twaalf basisscholen zijn per schooljaar 2014/2015 hun lessen ook in het Engels gaan geven. Ze doen mee aan een proef met tweetalig onderwijs. Staatssecretaris Dekker denkt dat Nederland hierdoor uiteindelijk beter kan concurreren met andere kenniseconomieën. “Kinderen die tweetalig onderwijs krijgen, hebben niet meer moeite met het leren van goed Nederlands dan kinderen die alleen het Nederlands onderwezen krijgen” Dat zegt het Europees Platform, dat internationalisering in het onderwijs stimuleert en de proef begeleidt. “Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat tweetalig onderwijs geen nadelige invloed heeft op beheersing van de moedertaal,” aldus directeur Meershoek in het NOS Radio 1 Journaal. Sterker nog; “In Canada wordt met succes al dertig jaar tweetalig onderwijs gegeven.” (NOS, 2014)

Sterker nog, onderzoek heeft uitgewezen dat tweetalige kinderen sneller zijn in het uitvoeren van aandachts- en rekentaken dan hun eentalige leeftijdsgenoten. Om te leren rekenen moet je abstract kunnen denken. Dat komt doordat zij al vroeg hebben geleerd dat de naam voor een zaak ‘toevallig’ is. Dat een ding op vier poten en een platte plaat erop tafel heet, komt niet door speciale eigenschappen van dat ding. Meertalige kinderen weten al snel dat het net zo goed Tisch, bord, table of nog anders kan heten. Vanaf hun prille jeugd kunnen ze de woorden los zien van datgene waarnaar ze verwijzen. Dat kan op school goed van pas komen. Het is daarbij wel van belang dat de kinderen beide talen allebei actief gebruiken. (Nederlandse Taalunie, Taalpeil, 2011)

De grootste kracht van het TTO is het feit dat we de taal echt spreken. (Perry, G., Traas, R. 2009, p.37) Om een taal te leren moet men in een omgeving zijn waar deze taal toegepast wordt. Een oude Chinese spreuk zegt:

Vertel het me en ik vergeet het

Laat het me zien en ik zal het onthouden

Laat het me doen en ik begrijp het

Zo is het precies met taalleren; Taal moet je doen!

 

 

 

 

 

 

Mozart, de brandstof voor het brein?

Mozart, de brandstof voor het brein?

Al vanaf jonge leeftijd kun je aan mensen merken dat muziek een enorme uitwerking heeft op onze gedachten. Laatst bijvoorbeeld, liep ik op het station in de AH to go. Door de ruimte schalde de bekende kersthit “I wish you a merry Christmas and a happy new year.”  Als ‘volwassen’ vrouw heb ik, cultureel bepaald, mezelf inmiddels geconditioneerd om de neiging tot spontaan meezingen of dansen meteen te onderdrukken. Het zou immers uiterst gênant zijn om los te gaan in het openbaar, toch? Het kind naast mij in de rij voor de kassa dacht er echter anders over. Het meisje van ongeveer twee jaar begon rond te springen en zong er vrolijk om los. Het deed me dan ook deugd dat moeder dit niet meteen bestrafte met een snelle berisping. Ze glimlachte en liet het kind begaan. Een groot genoegen, te zien dat er nog ouders zijn die hun opvoeding niet enkel laten leiden door wat de doorsnee maatschappij van hen verlangt te doen. Eveneens schitterend om te zien dat dit kind liet zien dat de neiging om te bewegen op muziek ons niet per se is aangeleerd. Op hele spontane wijze, puur en onbevangen, laat dit kind zijn gevoel zien.

Maar ook bij volwassenen zie je dat muziek onze emoties kan beïnvloeden. Wanneer we treurig in een hoekje van de bank zitten te kniezen over onze zorgen van alledag, kan een sentimenteel klassieke passage ervoor zorgen dat de tranen ons over de wangen lopen. Een vrolijk, ritmisch nummer echter, kan de lucht klaren en kan de zorgen plotsklaps een stuk minder erg laten lijken. Het is me al meerdere keren opgevallen dat feestjes compleet kunnen stagneren op slecht dansbare muziek. Mensen beginnen verveeld om zich heen te kijken, beginnen te klagen over de drukke week en de vele studielasturen. Salarissen zijn standaard veel te laag en de wijn is net te goedkoop of het bier is niet koud genoeg. Staat er echter een goed bandje te spelen in het café? Dan is de kans groot dat mensen hun vrolijke conversaties voortzetten en de stemming er steeds meer in komt. Zeker naarmate er meer drank in gaat, wordt de stemming alleen maar beter. De voeten gaan van de vloer etc. Dat is het wonderlijke effect van muziek. Muziek zou je kunnen zien als de universele taal tussen mensen. De hele wereld is in feite muzikaal. Muziek overstijgt alle grenzen van leeftijd, ras, geslacht, godsdienst en nationaliteit aldus Campbell. (Campbell, D. Het Mozart effect, 2007)

Het mozarteffect

Er is echter een componist die als een overtreffend wonder van dit effect wordt beschouwd en dat is niemand minder dan Wolfgang Amadeus Mozart. Zijn volledige naam was Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart. Hij was afkomstig uit het prinsaartsbisdom Salzburg ( in het tegenwoordige Oostenrijk). Al op jonge leeftijd speelde hij viool, klavecimbel en orgel. Ook componeerde hij kwalitatief hoogstaand werk. Naast Johan Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven wordt hij gezien als de grootste componist van zijn tijd.

De naam voor de aanname dat het luisteren naar muziek van deze grote componist een positief of zelfs helend effect op het brein kan hebben, is het Mozarteffect. Hoewel er vele onderzoeken zijn gedaan naar de echte invloed van Mozart op het brein, is nog niet iedereen overtuigd. Voor het schrijven van dit essay nam ik samen met wat vrienden de proef op de som. Ook terwijl ik dit essay schrijf, heb ik als achtergrondmuziek de KV 448 Sonata for 2 piano’s in D-major aanstaan. Ik moet zeggen dat ik bijzonder gefocust ben en dat mijn brein ook actief is. Ik voel me actief en tegelijkertijd enorm rustig en geconcentreerd. De laatste weken heb ik de proef op de som genomen en heb ik in plaats van de hits van deze tijd, de switch gemaakt naar enkel muziek van Mozart. Of het een placebo-effect heeft kan ik niet beoordelen, aangezien ik als mezelf als absoluut subjectief tegenover mijn eigen brein sta. Toch is mijn conclusie al na een paar minuten luisteren, dat ik me rustiger, geconcentreerder en minder opgejaagd voel. Tijdens het luisteren naar muziek van Mozart, heb ik heel bewust geregistreerd wat ik ervoer op het moment tijdens en na het luisteren naar Mozart. Het voelde als een kabbelende stroom water die me in het goede en aangename tempo brengt op de plaats waar ik zijn wil. De reis erheen is belangrijker dan de bestemming. Het mooie is echter dat de bestemming helderder voor ogen is en juist beter bereikt wordt omdat de weg erheen een comfortabele weg was. Ik begin als na een paar dagen te geloven in deze mythe van Mozart. Ook een van de vrienden stuurt me een bericht dat hij wonderwel ontspannen aan zijn stressvolle nieuwe baan begint sinds hij deze week Mozart luistert in de trein.

Onderzoek naar het werkelijke effect

Een vooraanstaand onderzoeker naar de helende effecten van muziek op lichaam, geest en ziel, is Don Campbell. In 1997 kwam zijn boek ‘het Mozart effect’ uit wat inmiddels in 20 talen vertaald werd. (Campbell, het mozarteffect, 1997)In deze tekst, zal ik kort ingaan op wat aspecten van het Mozarteffect. Er zijn talloze informatiebronnen te vinden en er zijn thema’s met diverse invalshoeken te beschrijven. Ik wil me met name richten op rol van emoties die muziek van Mozart kan spelen.

Om enigszins te kunnen begrijpen hoe het Mozart effect invloed heeft op ons brein, is het belangrijk om iets meer te weten over de werking van onze hersenen. Het brein bestaat uit twee helften; een linker- en een rechterdeel. Het brein werkt echter crosslateraal. Dat wil zeggen dat beide helften met elkaar samenwerken. De linkerhelft wordt bestuurd door de rechterhelft en andersom. De linkerhersenhelft is het analyserende, rationele, verbale gedeelte en in de rechterhelft is het verbale, intuïtieve, esthetische gedeelte ontwikkeld. In het brein bevinden zich verschillende plaatsen die bij het muziek luisteren of maken geactiveerd worden. Er worden niet alleen verbindingen gelegd tussen rechter- en linker hersenhelft, maar ook tussen hersendelen voor en achter in het brein.
De verschillende hersengebieden hebben verschillende functies. Sommige delen zijn vooral gericht op de emotie, andere op de klankverwachting. Anderen op motorische reacties en weer andere gericht op analyseren, herinnering, of musiceren. (www.muziekdidactiek.nl)

Muziek legt verbindingen tussen beide hersenhelften. Dit gebeurt niet alleen bij het musiceren of verwoorden van muziek, maar ook in het luisteren naar muziek: bij consonante akkoorden is vooral de rechterhersenhelft actief en bij dissonante akkoorden de linkerhersenhelft.

Complexe muziek wordt dus door het gehele brein ontvangen, en meer eenvoudige muziek alleen door de rechter hersenhelft. Door de rechterhersenhelft worden non-verbale sensaties en harmonieuze klanken verwerkt, terwijl de linkerhersenhelft logische en verbale ervaringen en valse noten verwerkt. Mensen creëren een verwachtingspatroon over toonhoogte, ritme, tempo, herhalingen, harmonie en melodie terwijl ze naar muziek luisteren. Iemand verwacht deze onbewust wanneer hij verder naar het muziekstuk luistert. Als zijn verwachtingen niet uitkomen, is hij verrast. De hersenen reageren hierop, waarbij de linkerhersenhelft wordt ingeschakeld. Muziek wordt dus door beide hersenhelften verwerkt.(studiehandleiding muziek en emotie, hogeschool Rotterdam, 2015-2016, Clarke, Dibben and Pitts, “Hearing and Listening: Hearing musical structure,” 68-72.)

Kenmerkend voor de muziek van Mozart is dat het vrij complexe muziek is. De kracht van de muziek van Mozart heeft bekendheid gewonnen nadat de universiteit van Californie begin jaren negentig een onderzoek uitvoerde naar het effect van Mozart op studenten en kinderen. De arts Frances Rauscher en haar team, werkzaam in het center for the neurobiology of learning and memory in Irvine voerden een onderzoek uit waarin zesendertig studenten van de afdeling  psychologie acht tot negen punten hoger scoorden op de ruimtelijke IQ-test.  Bij deze test moesten de testpersonen tien minuten lang luisteren naar Mozarts sonate voor twee piano’s in D-major (KV448). De conclusie uit dit onderzoek was dat het verband tussen muziek en ruimtegevoel duidelijk aanwezig was. Het effect hield echter niet langer dan een kwartier aan. “De muziek van Mozart kan de hersenen opwarmen,” stelde Gordon Shaw, een theoretische natuurkundige en een van de onderzoekers, nadat de resultaten bekend waren. Het vermoeden bestaat, dat gecompliceerde muziek bepaalde gecompliceerde neuronale patronen mogelijk maakt die nodig zijn voor hogere hersenfuncties, zoals rekenen en schaken. Geopperd is dat hele eenvoudige muziekstructuren het tegenovergestelde effect kunnen hebben. ( Campbell, D., Het Mozart effect, 2007)

In een later onderzoek onderzochten de wetenschappers hoe deze verbetering van het ruimtelijke inzicht exact tot stand komt. Ze hebben de neurologisch fysiologische uitgangspunten nader onderzocht door het projecteren van zestien abstracte figuren die leken op opgevouwen stukjes papier op een diascherm. De studenten moesten proberen zich te verbeelden hoe deze propjes eruit zouden zien als de propjes waren uitgevouwen. Voor een periode van vijf dagen luisterde één groep naar de oorspronkelijke sonate van Mozart, een andere groep voerde de test uit in volkomen stilte, en een derde groep kreeg verschillende andere klanken te horen, waaronder de muziek van Philip Glass, een opgenomen verhaaltje en wat dansmuziek. De conclusie die de onderzoekers trokken uit dit onderzoek was dat bij alle drie de groepen er een aanzienlijke verbetering van hun prestaties meetbaar was. De groep die Mozart luisterde echter, steeg met 62% in resultaat, terwijl de andere groepen slechts 11 en 14 % hoger scoorden. Ook in de dagen daarna bleef de groep die Mozart luisterde, hoger scoren dan de andere twee groepen. Als verklaring voor dit grote verschil geven de onderzoekers dat het luisteren naar de muziek van Mozart kan helpen bij het organiseren van de afvuurmechanismen van neuronen in de hersenstam. Hierdoor versterken met name de creatieve activiteiten van de rechterhersenhelft. In deze hersenhelft bevinden zich ook de ruimte-tijd denkprocessen. Het luisteren naar muziek, zo stelden ze vast, werkt als een soort training om symmetrische processen die samengaan met hogere hersenfuncties mogelijk te maken of te stimuleren. Even eenvoudig gezegd,

Muziek kan dus je concentratie aanzienlijk verhogen en je helpen om je brein beter te laten functioneren.

Het allerbekendste stuk van Mozart is ‘Eine kleine nachtmusik’, dat wil zeggen een kleine serenade. Deze Serenade voor strijkers nr. 13 in G majeur, KV 525 is een muziekstuk uit 1787. Niet duidelijk is voor welk doeleinde of welke toehoorder Mozart dit stuk heeft gecomponeerd. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violenaltviool en cello eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. In vergelijking met andere sonates van Mozart is Eine kleine nachtmusik een heel frivool en luchtig muziekstuk. Nu is dit stuk vooral heel bekend als de wals die Andre Rieu’s concerten karakteriseert. Mijns inziens doet dit echter geen recht aan de oorspronkelijke variant van Mozart. Dit stuk is inmiddels verworden tot een goedkope volkse wals waar iedereen onbeschaamd op meedeint tijdens de opening van menig culturele gelegenheid.  Hoe zonde is het om een prachtmuziekstuk als dit in de lijsten van meezingers van Jan Smit, Andre Hazes en Jeroen Verboom te plaatsen.

Graag laat ik de term cultuurrelativisme even vallen om mijn visie kracht bij te zetten. Misschien is iconoclasme een betere term. Helaas wordt er soms met goede bedoelingen een eigen draai gegeven aan iets wat al volmaakt was.

Muziek in het onderwijs

Deze bevindingen doen mij nadenken over de rol die muziek zou kunnen spelen in het onderwijs. Zouden we leerlingen met een spanningsboog van gemiddeld tien minuten kunnen helpen door ze te laten luisteren naar klassieke muziek? De vijftien minuten die aanmerkelijk verbetering geven in de resultaten, zou ik heel graag eens uittesten op mijn klas wiebelende en friemelende pubers. Al jarenlang wordt er in het vrije schoolonderwijs het vak euritmie aangeboden. Hierbij beweegt men het lichaam vanuit de muziek, maar uiteindelijk, na wat oefening zal de muziek afstemmen op het lichaam dat beweegt. Een mooi voorbeeld van hoe muziek en de hersenen elkaar kunnen beïnvloeden. In deze bewegingsvorm komen namelijk klank, ritme en woord samen. Euritmie verbindt, stimuleert de sociale samenhang, maar zorgt er vooral voor dat kinderen zich openstellen voor zichzelf in relatie tot de ander en de omgeving. Op basis van deze ervaringen ondersteunt dit vak alle andere vakken en vormt daarmee een wezenlijk onderdeel van het vrijeschoolonderwijs.

Mensen zijn denkende en voelende wezens. Op scholen echter, wordt vooral de denkende en rationele zijde van ons functioneren benadrukt. We moeten kennis opnemen en formules en strategieën aanleren. Dit zijn echter allemaal handelingen die alleen onze linkerhersenhelft trainen. Onze intuïtieve en holistische rechterhersenhelft echter, wordt een stuk minder ingezet. De rechter helft bevordert juist het crosslateraal denken. Dit is de reden dat muziekonderwijs wat mij betreft een grotere plaats zou moeten innemen in ons huidige onderwijs. Daarnaast is het ook zo dat muziek ons simpelweg gelukkiger en vrolijker kan maken. Leerlingen van de basisschool die gedurende hun gehele schooltijd extra muzieklessen hebben gekregen, blijken over een twee maal hoger acceptatieniveau te beschikken, dan leerlingen die weinig tot geen muziekonderwijs kregen. Bij deze eerste groep blijkt men beter en makkelijker de medemens te kunnen respecteren dan bij de tweede groep. En met een positieve instelling en klassenklimaat wordt leren een stuk makkelijker en leuker.

De term wonderkind vind ik lichtelijk overdreven, maar ik ben steeds meer overtuigd dat er niet snel meer een Mozart op deze wereld zal zijn, om hetzelfde stimulerende en tegelijkertijd balancerende effect in mensen teweeg te brengen. De meesterwerken die hij deze wereld heeft geschonken zijn prijzenswaardig.

Of het daadwerkelijk specifiek de muziek van Mozart is die de winst boekt voor ons brein, betwijfel ik. De mythe die ondertussen is ontstaan, staat mij en mogelijk ook vele wetenschappers in de weg om zuiver te beoordelen of Mozart het echte wonder is. Mogelijk is het een placebo-effect geworden waar we zelf niet meer los van kunnen redeneren. Maar ook als het placebo-effect is, wat het meest van invloed is op dit fenomeen, laten we de wonderlijke positieve invloed van muziek vooral koesteren en  niet kapot redeneren en onderzoeken.  Muziek kan ons voornamelijk laten genieten van de reis door onze emoties, en zonder emoties bestaan wij als wezen niet. We leven vanuit onze beleving, wat soms een moeilijke maar vaak ook een heel mooi intense weg is naar het duiden en begrijpen van de fotowereld om ons heen. Lang leve de mythe van het Mozart-effect!

 

 

Winternag

Winternag

O koud is die windjie
en skraal.
En blink in die dof-lig
en kaal,
so wyd as die Heer se genade,
lê die velde in sterlig en skade.
En hoog in die rande,
versprei in die brande,
is die grassaad aan roere
soos winkende hande.

O treurig die wysie
op die ooswind se maat,
soos die lied van ’n meisie
in haar liefde verlaat.
In elk grashalm se vou
blink ’n druppel van dou,
en vinnig verbleik dit
tot ryp in die kou!

Vertaling:

O koud is het windje
en schraal
En schitterend in het doffe licht
en kaal
Zo wijd als de Heer zijn genade,
liggen de velden in sterrenlicht en schaduw.
En hoog in de bergen,
verspreid in de branden,
Ligt het graszaad te roeren
als wenkende handen.

O treurig het wijsje,
op de oostenwind zijn maat
Zoals het lied van een meisje
in haar liefde verlaten.
In iedere grashalm haar vouw,
blinkt een druppel van dauw,
En snel verbleekt dit,
tot rijp in de kou!

bron

Eugène Marais, Versamelde werke (red. Leon Rousseau). J.L. van Schaik, Pretoria 1984

“Mensen struikelen niet over bergen, alleen over molshopen…”( Confusius)

Hoewel sommige dagen verstrijken, met het gevoel dat niets loopt zoals het lopen moet, zijn er ook dagen waarop dat totaal anders is. Aan het einde van die dag, met een fleecekleedje in je favoriete hoek van de bank genesteld, een warme kop koffie in de hand, met een voldane blik achterom kunnen kijkend. Een plotselinge rust daalt in je neer, als je constateert dat je eindelijk weer een afgestreepte to-do list hebt, en dat er dingen zijn afgerond, die achteraf toch best veel tijd en energie hebben gekost.

Zo had ik vandaag een spellingstoets, die ik al wekenlang in mijn achterhoofd had zitten. Helaas niet iets waar ik naar uitkeek. De regels over klinkers, medeklinkers, stomme, doffe en open klanken, raasden zelfs na enig oefenen, nog altijd zonder de nodige samenhang door mijn hoofd. Steeds als ik dacht dat ik een regel begreep, bracht de volgende me weer in complete verwarring. Hoe meer ik oefende, hoe groter de chaos werd. Vergelijk het met een grote pan soep, en allerlei drijvende vermecelli-letters erin. Die letters zouden samen een woord kunnen vormen, maar zwommen nu in alle vrijheid overal los rond. Tijdens het leren krijg ik een leuke afbeelding toegezonden, een heel leuk exemplaar, met overheerlijke ijsjes.Alleen al de gedachte aan zomer, stand en ijsjes is een rede om vrolijk te worden.  foto

Toch ging het invullen van de toets ook verbazingwekkend goed. Dit kwam vast door de afbeelding met ijsjes. Waarom, zul je je afvragen. Wel, bij het leren van regels bij meervoudsuitgang ’s , bestaat er het ezelsbruggetje ‘Ik hou van ijs’. Eenmaal met het blanco papier en een toetsoplage voor me, begon ik te schrijven. De rondzwemmende vermicelli, bleek toch meer samenhang te hebben in mijn hoofd, dan is vreesde. De regel ‘ik hou van ys” was ongeveer de leidraad voor het beantwoorden van de spellingskwesties. Een dubieus moment weer vervolgens, wanneer je je handtekening op de lijst plaatst en de toets, na nog een laatste blik op de antwoorden, inlevert. Liedjes zijn soms fijn, en geven je gedachten in simpele woorden weer. Zo ook nu; “let it go, let it go.” Eenmaal ingeleverd, is er niets meer aan te veranderen. Dus is loslaten de enige optie.

Het fijne van afronden van allerlei zaken, zowel in werk- of studeersfeer als gedachtenspinsels waar je maanden mee kunt rondlopen, is de voldoening en het overwinningsgevoel. Iets waar je moeite voor moet doen, doet je even opzien tegen een hogere bergtop, Of, zoals Confusius eens zei:” Mensen struikelen niet over bergen, maar over molshopen.” Maar eenmaal bovenaan de top kun je vol trots genieten en is het tijd om welverdiend bij te komen van de weg ernaartoe. Dit schrijvend, valt mijn blik op een quote die al maanden lang op mijn studeerkamer hangt; “We zouden meer bereiken als we minder voor onmogelijk hielden.” 

Misschien is dat wel juist de essentie van het slagen van allerlei zaken. Als de verwachtingen veel minder hoogdravend zijn, zijn we juist daardoor ongemerkt veel beter in staat om grootse doelen bereiken.